BEGINNERS

Beginners starten in het afgezette gedeelte met 2 lopende banden en een carrousel.  Doordat er met lopende banden wordt gewerkt, leren de kinderen per station andere vaardigheden. Hierdoor hebben de kinderen 2 tot 3 leraren per groep. Bij de 3- tot 4 jarigen is 2 uur les per dag voldoende. Er wordt begonnen met het wennen aan de groep en aan de ski’s. Zolang de kinderen nog angst hebben, om zonder ouders aan de cursus deel te nemen, is het aan te raden dat de ouders buiten het afgezette gedeelte maar binnen het zichtveld van de kinderen blijven.  Dan begint het oefenen van het naar beneden glijden. Daaropvolgend wordt de ploeg geleerd (remmen). Aansluitend volgen de individuele bochten naar zowel links als naar rechts. Dit traject duurt bij 3 jarigen meestal een hele week. Bij 4- en 5 jarigen 2 tot 3 dagen en bij de ouderen ca. 2 eenheden van ieder 2 uur. De redenen daarvan zijn de ontwikkelingen van de lichamelijke motoriek en het getoonde omzetten naar eigen uitvoering.


SNEEUWPLOEG DRAAIEN

Indien de kinderen de individuele bochten naar beide kanten beheersen, wordt naar een iets steiler gebied gegaan. Daar worden de bochten aan elkaar geregen en zo lang geoefend tot de afdalingen zeker, zonder te vallen en angst volbracht worden. Ieder kind boekt zijn eigen vooruitgang. Daarom kunnen nu pas groepen ingedeeld worden die een leraar “alleen” les kan geven. Indien kinderen afgelopen jaar hier de cursus hebben beëindigd, moeten ze per se weer op dezelfde helling/niveau beginnen. Zo kan angst niet bepalend worden en daardoor het plezier in het skiën verpesten.


SLEEPLIFT GEBRUIKEN

Nu wordt het gebruik van de sleeplift geleerd. Dit duurt 1 tot 3 dagen. Natuurlijk wordt bij de afdalingen het geleerde herhaald en verder ontwikkeld.


WISSELEN NAAR HET SKIGEBIED

Nu komt voor de meesten de grote sprong naar het skigebied. Ik vraag de ouders niet al van te voren met de kinderen tussen de benen een paar afdalingen te maken en zo de kinderen te overbelasten. Indien een kind het afgelopen jaar al 1 tot 2 dagen in het skigebied heeft geskied, zal deze om te wennen weer bij het sneeuwploeg draaien beginnen en later naar een verdere groep wisselen. Als de kinderen de eerste twee weken teveel belast worden dan zijn de leerresultaten beduidend minder als bij kinderen die voor deze grote stappen 3 jaar “mogen” gebruiken. Niet de vele lesuren zorgen voor een goede skiër maar de kwaliteit!


SNEEUWPLOEG STUREN

Uit het Sneeuwploeg draaien ontstaat met de oefening het begrip Sneeuwploeg sturen. Dat betekent, aan het einde van de bocht, de ski's in een parallelle houding te laten glijden. Deze techniek wordt in een langzaam glijdend tempo geleerd. Dit wordt op de blauwe piste geoefend totdat het vanzelfsprekend is en het tempo vanzelf verhoogd wordt. Hiervoor heeft een kind, afhankelijk van de leeftijd, 3 jaar nodig.


PARALLEL STUREN

Vanuit het Sneeuwploeg sturen ontwikkelt zich het parallele sturen. Hiervoor is een hogere snelheid nodig. Op grond van de lichamelijke motoriek skiën kinderen vaak met de bocht mee. Dit houdt in dat parallel sturen niet mogelijk is. Pas wanneer zich tijdens het groeiproces het zwaartepunt van de kinderen dieper wordt en zich verder naar voren verlegt, is het mogelijk om parallel te leren skiën. Hierdoor heeft men vaak het gevoel, dat de skiles geen nut heeft gehad. Maar dat klopt in ieder geval niet. Bij iedere technische sport zorgt veel oefenen ervoor dat men verder kan komen. Daarnaast heeft het skiën in een groep ook een sociaal aspect. Kinderen willen zich meten met de andere kinderen en samen beleven en ontdekken. Dit is een reden waarom het voor de meeste kinderen niet nodig is om privéles te nemen om sneller te leren.


STOKINZET

Wanneer het parallelle skiën en de snelheid het juiste niveau heeft bereikt, wordt de stokinzet aangeleerd.